donderdag 28 januari 2016

Verwacht het onverwachtse


Nog nooit heb ik zo vaak stil gestaan bij het werkwoord ‘verwachten’ als het afgelopen jaar. Toen ik nog zwanger was vond ik ‘in verwachting’ taal-technisch veel mooier klinken dan ‘zwanger’ en gebruikte het in veelvoud. 
Daar kom ik nu op terug.

Sterker nog: ga bij deze een officiële motie indienen tegen de term ‘in verwachting’.

Een kleine samenvatting van wat mij hiertoe forceert:
Verwacht je een jongen of meisje?
Wat verwacht je van de bevalling?
Wat verwacht je van ... moederschap, kraamtijd etc etc.

Een greep uit de vragen die je krijgt als er een klein mensje in je aan het groeien is. Alsof dat feit alleen al niet overweldigend genoeg is, schijn je ook nog verwachtingen te moeten hebben over wat er te komen staat. 
Vast goed ter voorbereiding en een verplicht verlof-onderdeel of zo, dacht ik nog, naïef als ik was.
De verwachtingen die ik vervolgens onder invloed van allerlei ronddwarrelende zwangerschapshormonen had zitten produceren bleken echter alles behalve realistisch.

Ik verwachtte bijvoorbeeld dat het echt super romantisch en fijn zou zijn om mijn kindje zo dicht mogelijk bij me te hebben ‘s nachts. Zag het he-l-emaal voor me. Een rooming-in bedje en dan ‘s ochtends met z’n driet’jes wakker worden, badend in  kraak-witte lakens….
Helaas. De realiteit kickte in. Al de eerste nacht dat zoonlief naast ons lag.
Zo’n beetje ieder uur dacht ik minimaal een paar keer; ’oh hij ademt nu heel snel, hoort dat!?’ of ‘ooh, wat is ie toch moooooi! sjonge jonge ik kan er echt niet bij hoe prachtig hij is’.
Na zo een aantal uren stijf van adrenaline naar hem te hebben liggen staren, voelde het niet heel romantisch, laat staan realistisch, dat ik dit kindje langer dan 1 nacht naast me ging houden. Want ieder minuutje slaap is eigenlijk best wel belangrijk voor jonge ouders.
En daarbij zijn kraak-witte lakens sowieso een utopie voor jonge moeders.
Die bestaan alleen op de perfecte instagram-accounts bij BN-er moeders, maar niet in het echt. Oh nee.
Er gebeuren eigenlijk vooral dingen die je niet verwacht rondom het (beginnende) moederschap: 

Ik verwachtte namelijk niet dat ik in staat zou zijn om tijdens persweeën grapjes te gaan liggen maken met de gynaecoloog. Laat staan dat ik hem (op nogal dwingende toon) opdracht ging geven om een washandje op een hier niet nader te noemen plaats te houden.

Ik verwachtte ook niet dat ik het echt prima zou vinden dat zo’n beetje de hele afdeling prenatale zorgverleners in mijn gemeente mijn edele delen zouden bekijken om er maar zeker van te zijn dat alles echt wel weer goed zou komen. Of dat ze massaal in mijn borsten gingen knijpen om me te assisteren bij het borst-voeden van zoonlief.

Ik verwachtte al helemaal niet het type moeder te worden die al moest janken bij het intake gesprek van het kinderdagverblijf (terwijl zoonlief er pas 3 weken later echt naartoe moest).

Toch bleek dit alles wel wat er gebeurde. En daar wil ik dus nu een grens trekken. Het is volgens mij onmogelijk om iets te verwachten dat ook maar een klein beetje in de richting van de realiteit komt. Zo. There; I said it.
Ik stel voor dat we ‘in verwachting’ vervangen voor ‘in groei’ Wat mij betreft een veel realistischer term.

Met daarbij de moederlijke vrijheid zelf te ervaren hoe je groeit.


In mijn geval: ruim 20 kilo en meer levenservaring dan in de 30 jaar voor de conceptie. Punt.
 
 
Een reactie plaatsen